U bent hier

‘Meer samenwerken in duurzame huizenprojecten’

‘Meer samenwerken in duurzame huizenprojecten’

 

Het zou goed zijn als corporaties nog meer met elkaar gaan samenwerken om woningen te verduurzamen. Meer ‘volume’ komt innovatie en betaalbaarheid van duurzame woningen ten goede. Daarvan is directeur Pierre Sponselee van Woonwaard overtuigd. Eind april riep hij tijdens een bijeenkomst van Aedes zijn collega’s dan ook op duurzame projecten te verbinden.

Sponselee weet waarover hij praat. Zijn corporatie investeert fors in duurzame renovaties en nieuwbouw. De renovaties doet Woonwaard samen met vijf andere collega’s en drie bouwers die samenwerken binnen de Stroomversnelling 

In Heerhugowaard heeft Woonwaard het afgelopen jaar 270 woningen uit de jaren ’60 gerenoveerd. De huizen zijn goed geïsoleerd, voorzien van driedubbel glas, een warmtepomp en zonnepanelen. De technieken voorzien in de volledige energiebehoefte van de bewoners. De gasaansluiting is bij alle woningen verwijderd. Vijf huizen zijn onlangs uitgerust met een accu om niet-gebruikte zonnestroom op te slaan, zodat bewoners deze energie kunnen gebruiken tijdens ‘piekmomenten’.

Woonwaard investeert ook in nieuwbouw. Uitgangspunt daarbij is dat er geen gasaansluiting in de woningen komt. Enkele projecten zijn aangesloten op het warmtenet, dat gevoed wordt door hernieuwbare energie. Binnenkort start nieuwbouw in de laatste grote nieuwbouwwijk van Alkmaar. Woonwaard bouwt ook daar woningen die aangesloten worden op het warmtenet voor ruimteverwarming en warm water. Zonnepanelen op het dak verzorgen de overige energiebehoefte. Net als de gerenoveerde huizen, zijn de bewoners van de nieuwbouwwijk voor hun warmtevoorziening niet afhankelijk van het energiebedrijf.

‘Je kunt beter kijken naar de exploitatie dan naar de investering’

Denken in exploitatie

Woonwaard is nog niet klaar. De corporatie gaat de komende jaren door met deze duurzame renovaties. ‘We zijn nu bezig met een vervolgserie van 110 woningen. Begin 2019 willen we 600 ‘nul-op-de-meter-huizen’ hebben gerealiseerd.’ 

Natuurlijk is de investering nu nog behoorlijk hoog, maar de initiële investering is niet het belangrijkste, volgens Sponselee. ‘Hoe lang je de woningen gaat exploiteren en wat de exploitatiekosten zijn ​wel. We hebben de kosten en opbrengsten van Nul-op-de-meter-renovaties naast elkaar gezet over een looptijd van 40 jaar. Zo lang houden we de woningen in exploitatie. Uit deze rekensom is gebleken dat we een mooi rendement kunnen behalen van 4,5% tot 4,75%. En de huurders gaan erop vooruit.’ 

‘85% van de huurders krijgt geld terug van het energiebedrijf, gemiddeld 580 euro’

Meer dan Nul-op-de-meter 

Sponselee legt uit dat de huurders meer krijgen dan een Nul-op-de-meter-woning. ‘Hun woningen zijn flink opgeknapt, met onder meer nieuwe badkamers en keukens. Ze hebben dus een betere woning, met state-of-the art duurzame maatregelen, voor vergelijkbare woonlasten als vóór de renovatie.  

Na de renovatie betalen huurders ons huur plus een Energieprestatievergoeding (EPV). De som daarvan is gelijk aan de som van huur en energiekosten vóór de renovatie. De zonnepanelen wekken bovendien meer energie op dan de meeste bewoners gebruiken. Uit onderzoek bij de eerste 50 aangepakte woningen blijkt dat 85% van de huurders na een jaar geld terug krijgt van het energiebedrijf: gemiddeld € 580.

‘Als bouwers meer volume krijgen, zal de prijs omlaag gaan’

Meer samenwerken 

Tachtig procent van de huurders van de gerenoveerde woningen is dan ook (zeer) tevreden over de duurzame maatregelen en het verhoogde comfort. Bewoners die ontevreden waren, waren dat vooral over onderdelen van de renovatie, zoals de badkamer of het geluid van de nieuwe installaties. Zij waren wel tevreden over de behaaglijkheid. 

Gevraagd naar wat het einddoel is, antwoordt de directeur van Woonwaard dat hij het lastig vindt om deze vraag te beantwoorden. ‘Onze planning voor Nul op de meter-renovaties loopt tot 2019. Dan hebben we 600 Nul op de meter-woningen en enkele honderden huizen aangesloten op het warmtenet in onze totale voorraad van 14.500 woningen. Ik zou graag zo snel mogelijk meer huizen willen verduurzamen, maar daarvoor hebben we meer volume nodig. Het zou mooi zijn als collega-corporaties samen met ons volume willen creëren. Als bouwers meer volume krijgen, zal de prijs omlaag ​gaan. Bovendien wordt het voor hen aantrekkelijk om te innoveren in duurzame technieken. Het mes snijdt dus aan twee kanten.’